1970
'71
'72
'73
'74
1975
'76
'77
'78
'79
1980
'81
'82
'83
'84
1985
'86
'87
'88
'89
1990
'91
Een gemeentelijk aanbod voor ‘bezetters’
gepubliceerd op 24 dec 2017 door Charlotte van Rooden

In 1983 bood de gemeente Leiden de ‘bezetters’ van het voormalig Marinegebouw aan het Noordeinde (ook bekend als ‘Troefgebouw’ en ‘Ziekenboeg’) een huurcontract aan voor ateliers en werkruimtes in het Harteveltcomplex (Zie: De bezetting van het voormalig marinegebouw de ‘Troef’).

De onderhandelingen over dit huurcontract sleepten zich daarna echter nog tien maanden voort. Uiteindelijk trok een gedeelte van de jongeren van de ‘coöperatieve vereniging De Klos’ het gebouw in. Tegenwoordig zit op het adres, Zandstraat 10, nog altijd een werkplek voor creatieve zelfstandigen onder de naam ‘KLOS’.

De vereniging van de jongeren was oorspronkelijk ontstaan in de nasleep van een grote kraakactie. In 1982 kraakten zij namelijk al de wolfabriek Clos en Leembruggen op de Langegracht (Zie kaart) om daar woon- en werkruimtes te creëren. Ze moesten echter al snel vertrekken, omdat de gemeente plannen had voor nieuwbouw van kantoren en woningen. Na de nodige omzwervingen, onder andere in de Weddesteeg (Zie: Weddesteeg), kraakte de groep de Ziekenboeg van het oude marine complex aan het Noordeinde. Daarom werden ze als groep ook wel de ‘Ziekenboeg’ genoemd.

Het is opvallend dat de jongeren in de kranten steevast ‘bezetters’ werden genoemd, en niet ‘krakers’. Daarnaast valt op dat de krant de onderhandelingen tussen gemeente en jongeren op de voet volgde.

Het Harteveltcomplex
In februari 1983 werd voor het eerst vermeld dat het college van burgemeester en wethouders de ‘bezet-ters van het Troefgebouw’ een aanbod hadden gedaan om te verhuizen naar het Harteveltcomplex. De gebruiker was tot dan de Universiteit Leiden, die de 1200 vierkante meter van het pand gebruikte als opslagplaats voor bibliotheekboeken.

Het college bood de jongeren met ingang van juli een tweejarig huurcontract aan, met als voorwaarde dat de bezetters ervoor zouden zorgen dat ze juridisch aansprakelijk werden, dus een rechtspersoonlijkheid zouden bezitten. Ook moesten ze natuurlijk uit het Troefgebouw, dat de gemeente wilde slopen om een park aan te leggen (tegenwoordig Rembrandtpark). Burgemeester en Wethouders zouden er vervolgens bij de gemeenteraad op aandringen om geld vrij te maken voor het treffen van noodzakelijke voorzieningen in het complex. Het stadsbestuur had dus ten tijde van de berichten in de kranten nog niet over deze plannen vergaderd. Leidsch Dagblad 17 februari 1983

Andere gegadigden
‘Slikken of Stikken’De groep jongeren was niet onverdeeld enthousiast over het aanbod van de gemeente. Eigenlijk wilde de meerderheid liever in het Troefgebouw blijven. In het Leidsch Dagblad werd in februari al gespeculeerd over wat er zou gebeuren wanneer de initiatiefgroep niet op het aanbod in zouden gaan. Wethouder Tesselaar werd geciteerd in de Leidse Courant: ‘Hartevelt krijgen we moeiteloos vol. Ook als de bezetters er niet naar toe gaan.’ Leidsch Dagblad 24 februari 1983 en Leidse Courant 24 februari 1983

Uiteindelijk zeiden de jongeren zich onder druk gezet te voelen door de gemeente, die hen had gedwongen te kiezen tussen ‘slikken of stikken’.

Inderdaad waren er voor het Harteveltcomplex ook andere geïnteresseerden. Zo had de Leidse Stag Druk-kerij een oogje op het gebouw. Volgens de krant was de eigenaar van de drukkerij onaangenaam verrast door de aankoop van het pand door de gemeente en haar toezegging aan de Klosjongeren. Leidsch Dagblad 21 februari 1983

Een ‘Leidse handelaar in tweedehands spullen’, G. van Vliet, had de oorspronkelijke eigenaar van het complex, het bedrijf drankenfirma De Erven Bols, volgens de krant zeven ton geboden, terwijl de gemeente het uiteindelijk voor een half miljoen gulden had gekocht. Van Vliet woonde zelf in het pand en wilde de extra ruimte gebruiken voor zijn zaak. Maar, zo schreef de krant: ‘De handel gaat niet door en de gemeente wordt ook nog eens zijn huisbaas.’

‘Glaasjes Bols in het gemeentehuis’Ook schreef de journalist: ‘In nevelen gehuld bleef de vraag hoe de gemeente nou met een lager bod toch in de prijzen viel. Toen PPR-raadslid Van Oosten daarnaar vroeg, haalde wethouder Tesselaar zijn schou-ders op. “Er zijn geen geheime afspraken gemaakt. In het stadhuis zullen voortaan echt geen glaasjes Bols worden geschonken”, zei de wethouder nuchter.’ Leidsch Dagblad 2 maart 1983

Bezwaren van de ‘bezetters’
Op 26 februari schreef het Leidsch Dagblad dat de bezetters kritisch hadden gereageerd op het aanbod van de gemeente. Ten eerste waren ze niet overtuigd van de noodzaak om het Troefgebouw te slopen. Bovendien vonden ze het verdacht dat de gemeente plotseling zo veel haast had met hun aanbod. De groep had namelijk al een half jaar tevergeefs met de gemeente onderhandeld over huisvesting in een gebouw op de Langegracht. Na de kraak van het Troefgebouw uitte de gemeente opeens haar bereidheid om het Harteveltcomplex te kopen. ‘Dit betekent dus dat alle werklozen-initiatieven eerst […] druk moeten uitoefenen, alvorens aan werken toe te komen. Schreeuw en u wordt beloond. Maar niet de schreeuwers moeten beloond worden: het huisvestingsbeleid […] moet veranderen.’ Leidsch Dagblad 26 februari 1983

Ten slotte vonden de bezetters de nieuwe huur, achtduizend gulden per jaar, te hoog. Ze vreesden hier-door dat ze geen geld meer over zouden hebben om het gebouw in te richten. Leidsch Dagblad 28 februari 1983

Het gebouw werd volgens hen ingezet als chantagemiddel. Een van de jongeren zei: ‘Wanneer de gemeenteraad maandag over de aankoop van het complex beslist, zullen wij monddood zijn gemaakt. Er valt dan nergens meer over te onderhandelen.’ Leidse Courant 26 februari 1983


Het college van B en W en de gemeenteraad

‘Koud en eenzaam aan linkerzijde’In de gemeenteraad wierp de PSP zich op als pleitbezorger van de krakers. Zij was de enige partij die daadwerkelijk tegen de aankoop van het Harteveltcomplex stemde. PSP-raadslid De la Mar wilde eerst opheldering over de inschatting van de bezetters dat het nóg drie ton zou kosten om het pand te verbouwen. PvdA-wethouder Tesselaar zou hebben gezegd: ‘Het wordt koud en eenzaam ter linkerzijde’, omdat zelfs de kleine linkse partij de PPR niet meeging met de PSP en de reactie van de jongerengroep ‘overtrokken’ noemde. Een CPN-raadslid zou na afloop nog hebben gezegd: ‘Het was een afgang voor de PSP. Ze hebben zich veel te veel met de groep geïdentificeerd.’ Leidsch Dagblad 1 maart 1983

In maart berichtte vervolgens de Leidse Courant dat de PSP-fractie zich door de bezetters misleid voelde, omdat het bedrag dat zij genoemd hadden, drie ton voor verbouwingen, niet klopte. Leidse Courant 3 maart 1983

Ook in februari en maart kreeg het Harteveltcomplex nog veel aandacht van de lokale media, onder ande-re omdat er geruchten waren dat er een discotheek zou worden gehuisvest. Uiteindelijk kwam deze als Incasa terecht op de Lammermarkt.

Langzaam verloop
Niet lang daarna meldde de Leidse Courant op 8 maart dat de bezetters toch serieus ingingen op het aanbod van de gemeente. Leidsch Dagblad 7 maart 1983 en Leidse Courant 8 maart 1983

Vanaf dat moment verminderde de berichtgeving van bijna dagelijks naar maandelijks. In mei meldde het Leidsch Dagblad optimistisch dat de onderhandelingen tussen de gemeente en de initiatiefgroep waren afgerond en noemde de journalist alle initiatieven op, die in het Harteveltcomplex gerealiseerd zouden kunnen worden: een zeefdrukkerij, een kapsalon, een winkel, een kantoor, een kantine, een garage, werkplaatsen voor een fietsenmakerij en voor recycling, en ateliers voor schilderwerk, kleding, foto en film. De gemeente had de jongeren verboden, in het pand te wonen. Leidsch Dagblad 25 mei 1983

Toch zou het nog tot 17 november 1983 duren, voordat het huurcontract werd getekend. In de tussentijd zetten de bezetters zich in voor betere voorwaarden. Daarin waren ze niet succesvol. De wethouder zei op een gegeven moment: ‘Het heeft nu allemaal lang genoeg geduurd.’ Leidsch Dagblad 8 juli 1983

Dit sterkte de jongeren in hun geloof dat de gemeente hen voor een ‘voldongen feit’ had gesteld, ‘waarbij het een kwestie [was] van slikken of stikken’.Leidse Courant 15 juni 1983

Uiteindelijk splitste in augustus de initiatiefgroep in kleinere groepen, waarvan er slechts één in zee wilde gaan met de gemeente. De groep wilde als gevolg maar de helft van het aantal vierkante meters huren van wat ze aangeboden gekregen hadden. De jongeren die zich bedacht hadden vonden ‘de stap naar het Harteveltcomplex’ toch te groot, vertelde de woordvoerder van de groep. ‘Het is gewoon onmogelijk voor iemand met een uitkering om naast kamerhuur ook nog de huur van een werkruimte […] op te brengen.’ Leidsch Dagblad 9 augustus 1983

Op deze verandering reageerde de gemeente met een nieuwe voorwaarde: Klos kon alleen in het Harteveltcomplex trekken wanneer alle jongeren uit de Ziekenboeg zouden verdwijnen. Leidse Courant 31 augustus 1983

Wederom strekten de onderhandelingen zich uit. De jongeren verweten de gemeente haast en tegelijker-tijd obstructie bij het onderhandelingsproces. Ze bleven erbij dat de gemeente voornamelijk wilde dat ze het Troefgebouw zouden verlaten en zich niet écht wilde inzetten voor alternatieve werkgelegenheidsprojecten. Leidsch Dagblad 9 augustus 1983 en Leidsch Dagblad 13 oktober 1983

‘Nu eindelijk aan de slag’
In september 1984 verscheen er uiteindelijk een artikel in de Leidse Courant waarin de opening van de Klos in het Harteveltcomplex werd aangekondigd. De woordvoerder van de groep zei tegen de journalist: ‘Voorlopig geen acties meer, geen onderhandelingen, geen gekraak, maar gewoon lekker werken.’Leidse Courant 13 september 1984

‘Geen acties, geen onderhandelingen, geen gekraak’De beeldvorming rondom de verhandelingen over het Harteveltcomplex was dus ambigue. De haast van de gemeente vormt een rode lijn door de berichtgeving. Die zou te snel hebben besloten het Harteveltcomplex te kopen; daar was misschien iets niet helemaal eerlijk gegaan; de tactiek van burgemeester en wethouders was bovendien nogal dwingend. Aan de andere kant vonden waarschijnlijk veel mensen de eisen van de jongeren, zoals het PPR-raadslid, overdreven. Immers werd, van gemeentelijk geld, een gebouw voor hen aangekocht en omgebouwd.

De vraag waarom constant naar de jongeren verwezen werd als ‘bezetters’ en niet als ‘krakers’ is moeilijk te beantwoorden. Deze vraag wordt ook opgeroepen door de berichtgeving over de Morspoortkazernebezetters. Ten eerste noemden de jongeren zichzelf ‘bezetters’ en namen zij afstand van ‘krakers’. Dat hoefde echter niet overgenomen te worden door de journalisten en columnisten van de krant.

Het zou kunnen dat de kranten de jongeren het stigma van ‘kraken’ wilden besparen. Waarschijnlijk von-den velen dat ze zich voor een goed doel inzetten door werkplekken voor werkloze jongeren en specifiek voor het opzetten van creatieve werkruimtes te initiëren. De jongeren beweerden in het Troefgebouw alleen maar te willen werken, al waren er ook berichten dat ze daar overnachtten. Andere gevallen waarin gebouwen gekraakt werden om in te werken, werden vaak ook als ‘bezettingen’ aangeduid.

De langdurige nasleep van het aanbod van de gemeente brengt nog een ander element naar boven. Het gebeurde vaker dat het proces van legalisatie van kraakacties lang duurde, omdat er nieuwe verantwoordelijkheden bij te kijken kwamen, zoals onder andere reële kosten. De krantenberichten gaven die problemen op de voet weer. De splitsing van de Ziekenboeg was daarom vrij typisch. Tegelijkertijd zorgde dat er ook voor dat het initiatief bestendiger werd. Immers bestaat de KLOS vandaag de dag nog steeds.

meer over burgemeester-en-wethouders